Kaars

– symbool van het leven
– grote: wedergeboorte
– brandende: blije gebeurtenis
– gedoofde: ongeval of een ziekte
– dragen of gedragen zien worden: bijwonen van een uitvaart
– stompje: energie verlies

Kaal zijn

– agressie, mannelijke erotiek, wreedheid
– bereiken van een hoge ouderdom

Kaak

– wilskracht en mannelijkheid
– open: gevoel verslonden te worden
– dicht: verwerkingsproces